De worm is één van de meest natuurlijke aassoorten en dus ook voor het forelvissen inzetbaar. Het is een natuurlijke aassoort voor de forel en wekt geen argwaan op. Vroeger viste men vaak met de regenworm of een mestpiertje. Tegenwoordig biedt de handel ook andere soorten aan. Vooral de z.g. Canadese springers worden nu veel gebruikt. De wormen zijn meestal te vinden in mesthopen, onder stenen, waar de grond vochtig is of in afvalhopen. Ook zijn zij uit de grond omhoog te brengen door een trilling aan te brengen. De meeste soorten kan men uit de tuin uitgraven. Steek een greep (riek) in de grond, schud hiermee en de wormen komen tevoorschijn. Wacht tot de wormen volledig uit de aarde zijn,als ze terug kruipen zijn ze niet meer te pakken. Mestwormen haalt men uit de composthoop. De rode wormen haalt men in een winkel waar men visspullen verkoopt. Vroeger gebeurde het ook wel door elektrische stroom door de grond te leiden, maar dit is reeds meermalen gebleken een gevaarlijke bezigheid te zijn. Door de handel worden kweekbakken verkocht, waarin wormen kunnen worden gekweekt, doch in een eigen afvalhoop, in een hoekje van de tuin lukt het ook. |
| |
| Laten we de soorten die we voor het forel vissen gebruiken eens beschrijven. |
| |
| Regenworm |  | Dit is de aardworm die bij hengelaars ook bekend staat als "kruiper" of "blauwkop". De gewone regenworm is vrij gemakkelijk zelf te steken, vooral in grond met een hoog kleigehalte. Wanneer u een grasveldje in de buurt heeft, zal een maaltje regenwormen niet moeilijk te vinden zijn. Een vork en enig uithoudingsvermogen leveren al gauw een mooi volle bak wormen op. Vaak heeft de regenworm een afmeting die we als forel visser te groot vinden. Daarnaast heeft de regenworm het nadeel om al gauw uitgeblust in een lange sliert aan de haak te hangen. Niet erg geschikt als haakaas dus. |
|
| |
| Dauwworm |  | De dauwworm is de grootste van de vier, maximale lengte van 30 cm. Je vindt hem bij vochtige nachten in weides met pas gemaaid gras. Met de zaklamp ga je het veld in en zoekt het gras af. Wanneer je er een vindt, pak je hem net achter de kop en trekt hem rustig terug. Dauwwormen kun je bij het forel vissen gesneden gebruiken,want ze bloeden flink, wat een lokkende werking heeft. De grote dauwworm is niet geschikt om als haakaas te dienen. Hij is veel te groot en te zwaar. |
|
| |
| Mestpier |  | Deze kleine felrode kronkelaar vind je in mesthopen en varkensmest. Het mestpiertje wordt al lang gebruikt door de sportvisser. Dat is ook terecht. Het mestpiertje kunnen we krijgen in verschillende maten en is daarmee uitstekend geschikt als haakaas. Ook heeft de mestpier de goede eigenschap beweeglijk te zijn, iets dat een haakaasje natuurlijk aantrekkelijker maakt. Wanneer je hem doormidden snijdt of aan de haak prikt, komt er een sterk riekende, gele vloeistof vrij die de vis echt wakker maakt. Mede daarom is dit in het voor- en najaar een topper. Belangrijk is dat we vissen met ‘schone’ pieren. Wanneer u zelf mestpiertjes kweekt of misschien bij een boer uit de mesthoop haalt, is het belangrijk dat u de pieren in schone grond zet voordat u ze kunt gebruiken. De mestpiertjes zullen de schone grond opvreten en daarmee verliezen ze de mestgeur. Twee dagen in schone grond is meestal wel voldoende. |
|
| |
| | | Springpier |  | Tegenwoordig biedt de handel ook wormen aan die oorspronkelijk uit Canada komen. Deze wormen hebben een rood-grijzekleur, is leverbaar in diverse maten en hebben voor de forelvisserij ideale eigenschappen. Zij zijn vrij stevig en erg beweeglijk. Ze worden ook wel springers genoemd. Beide eigenschappen zorgen ervoor dat ze perfect op de haak blijven zitten en ook nog eens veel bewegingen maken, wat de aandacht van de vis trekt. De wormen zijn in verschillende maten te verkrijgen en daarmee zijn ze een favoriet haakaas. De springpier heeft meer verzorging nodig dan b.v de mestpier, de kostprijs is daarom ook hoger dan die van de mestpier. |
|
| |
| De grootste vijand van alle wormen is zon en warmte. Wormen kunnen het best bewaard worden bij een temperatuur van 8-10 graden Celsius. Bewaar wormen altijd in een koelbox of koeltas en zet wormen nooit in de volle zon. Door ze in vochtig krantenpapier te bewaren blijven de wormen in tiptop conditie. |
| |
Op de haak In eerste instantie kan een worm op verschillende manieren op de haak gezet worden. De vis grijpt bijna altijd het einde waar de geur vandaan komt, daarom dient de doormidden gesneden worm aan de snijkant aan de haak geslagen worden. |
| |
| Er zijn nog steeds sportvissers die een worm in zijn geheel op de haak willen rijgen. Het resultaat hiervan is dat de worm niet of nauwelijks beweging vertoont terwijl we juist het haakaas aantrekkelijk willen maken. Het beste is om de worm op driekwart van de kop door te steken en daarna de kop op de haak te prikken. Er blijft dan een flink stuk van de worm vrij en juist dit stuk beweegt. Bij het gebruik van kleinere mestpiertjes is het vaak al voldoende om ze alleen door de kop te prikken. De kansen om de vis te verspelen worden zo aanzienlijk verkleind. |  |
|
| |
Wel zullen we iets meer geduld moeten hebben bij het aanslaan om de vis de kans te geven niet alleen het losse stukje te grijpen. Ook is een klein stukje dauwpier wel eens succesvol. Een klein stukje bloedt aan beide kanten en zal extra geur in het water verspreiden. Een worm op de haak moet levendig zijn, dus regelmatig vervangen is in ieder geval het advies. |
| |
| Op zompige bodems is het beter de worm drijvende aan te bieden zodat hij niet wegzakt en de vis hem goed kan vinden. Dit kan door een stukje piepschuim op de haak te prikken, of door met een injectiespuit een beetje lucht in de worm pompen. |
| |
| Probeer de worm ook eens een combinatie met een ander samen op een haak. In de wedstrijdvisserij zijn vooral de combinatie worm-caster, worm-maïskorrel en worm-made erg populair. |