English Czech Danish Dutch French German Italian Norwegian Spanish Swedish
Windrichting PDF Afdrukken E-mail
Een niet te onderschatten natuurkracht die een grote invloed heeft om de omgeving van de forel in een vijver. Het creëert de beroemde inwaaihoek waar al het oppervlakte voedsel naartoe wordt geblazen. Denk dan aan insecten, maar ook aan powerbait (foreldeeg) dat blijft drijven. Er is menig forel gevangen door alleen powerbait te laten drijven in de inwaaihoek. Lijkt op het met broodkorst op karper vissen. Dit is het makkelijkste stuk over de wind, want de wind heeft een grote invloed op de water temperatuur en dus de positie van de forel.

Heb je geen zin een studie van de windrichting te maken observeer dan het water. De forel verraadt zichzelf meestal wel. Waar je de meeste kringen of gespring ziet, daar heb je de beste kans om forel te vangen. Kun je de forel moeilijk zien omdat de zon te fel schijnt, dan is een gepolariseerde zonnebril de oplossing. Deze haalt de schittering uit het water, zodat alles vlak onder het wateroppervlak perfect te zien is.

Wat nu als halverwege de wind is gaan draaien? Ik gebruik vaak als regel (absoluut geen wet): twee dagen achter elkaar is dik voor elkaar. Is de wind de laatste dagen variabel, dan kunt u de hoek aanhouden waarbij de wind het laatst constant is geweest. De forel blijft met dit type weer gewoon op de oude plek. In het onderstaande plaatje ziet u hoe u het beste deze inwaaihoek kunt bevissen.

Controleer altijd een week van te voren wat de meest constante windrichting is geweest om de juiste inwaaihoek te bepalen.

Wanneer waait het eigenlijk? Als het weer omslaat van koud naar warm en andersom. Het voorjaar en het najaar over het algemeen. Dat zijn de jaargetijden dat ook meteen de invloed van wind de meeste impact heeft op de positie van de forel. In de lente warmt het water in de bovenlaag op en als het hard waait zal de warmste plek de inwaaihoek zijn (dit is de plek dat je de wind recht in je gezicht hebt). En zoals je weet zoekt de forel in het voorjaar de warmere plekken in het koude water op. In het najaar zal de wind juist de bovenlaag van het warme water sneller verkoelen. Denk aan het blazen van een kopje thee om het sneller te doen afkoelen. Hier gebeurt feitelijk hetzelfde alleen op een grotere schaal. De koudere bovenlaag wordt nu door de wind de inwaaihoek ingeblazen. Dit zal wederom de meest aangename plek voor de forel zijn.Stel dat het toch in de zomer of winter hard aan het waaien is, dan is de inwaaihoek niet de plek waar je moet zitten. Het is er dan te warm of te koud voor de forel. De forel zal nu juist in de tegenovergestelde hoek zitten waar het water aangenamer is en ze het minst energie verliezen.Toch kun je alsnog in de verkeerde inwaaihoek zitten als de wind op jouw visdag plotseling is gaan draaien. De inwaaihoek was de hele week op de oost kant van de vijver en nu op west. De forel zit dan hoogst waarschijnlijk nog steeds in de oostelijke richting van de vijver. Maar nu komt er toch weer een uitzondering op deze regel. Het heeft de afgelopen dagen slechts windkracht 2 in oostelijke richting gewaaid en de afgelopen 2 dagen windkracht 6 in westelijke richting. Dan zit de forel dit keer in de westelijke hoek van de vijver.Is de wind de laatste dagen variabel, dan kunt je de hoek aanhouden waarbij de wind het laatst constant is geweest. De forel blijft met dit type weer gewoon op de oude plek. Even er vanuit gaande dat de forel überhaupt een week in de vijver blijft zitten.

In de zomertijd is gaat deze vlieger niet op, maar meer op de momenten dat het weer nog erg slecht is. Laat dit nu toevallig ook in het voorjaar en najaar zijn. Sta op de winderige dagen altijd haaks op de wind om nog fatsoenlijk in te kunnen werpen. De meeste aanbeten zijn 2 tot 4 meter vanaf de kant, dus sta ook (mits de vorm van de vijver dit toelaat) op deze afstand aan de oost of west kant (met een noordelijke ook zuidelijke wind). Deze regel is wederom niet helemaal waterdicht, want bij sommige forelvisvijvers loopt de kant direct over in een diep stuk water en bij andere is het de eerste 4 meter vanuit de kant vrij ondiep (zodat je de bodem nog kunt zien). Je begrijpt dat die aanbeten op 3 meter afstand dus niet altijd opgaan. Ook heeft de helderheid van het water een effect op de afstand waar je de forel vangt. Bij troebel water vang je ze vlak onder je voeten en bij helder water zien ze je al op 2 meter afstand en stoppen de achtervolging. Het jachtgebied van de forel start vanaf de plek dat je ze niet meer ziet zwemmen (en zij jou dus ook niet zien staan). Tel daar 1 tot 3 meter bij op en je hebt het gebied waar de meest aanbeten vallen. Dat geldt dus ook voor de inwaaihoek Het is dus belangrijk precies te weten hoe de bodemstructuur eruit ziet en hoe de waterhuishouding is.